Waarom twee soorten Keltisch zeezout?

De zoutwinners in Guérande worden paludiers genoemd. Zij laten het zeewater binnenkomen en leiden het van het ene moeras naar het andere. Als het zeewater eenmaal door de zon is opgedroogd, scheppen de paludiers het zout handmatig op. Er zijn zowel mannelijke als vrouwelijke paludiers. Eerst gaan de vrouwen aan het werk, vanwege hun fijnere motoriek. Zij scheppen voorzichtig de bovenste laag van het zout af, die niet meer dan één tot anderhalve centimeter is. Omdat deze toplaag het minst in aanraking is geweest met de klei op de bodem van de zoutmoerassen ziet deze er het witst uit, het heeft de kleur van gebroken wit.

Bovendien heeft de natrium de neiging om bovenop te kristalliseren en de kristallen zijn fijner, minder grof dan van andere mineralen en spoorelementen, die elk op hun eigen manier kristalliseren. Deze bovenste witte zoutlaag wordt ‘fleur de sel’ genoemd en is het duurste, meest exclusieve Keltische zeezout, omdat de toplaag zo dun is en dus relatief weinig fleur de sel oplevert. Fleur de sel bevat iets meer natrium dan de onderste zoutlaag, het ‘sel gris’, maar heeft nog altijd een verrassend zachte smaak. Vanwege zijn fijne structuur is deze ‘bloem van het zout’ een smakelijk en zeer gezond tafelzout dat, behalve natrium, nog steeds veel mineralen en spoorelementen bevat.

Aangezien de zoutwinning in Guérande relatief kleine hoeveelheden fleur de sel oplevert en aanzienlijke grotere hoeveelheden sel gris is sel gris, vanwege het grotere aanbod, goedkoper dan fleur de sel. Laat je echter niet afleiden door de prijs, noch door de grijzige kleur van het zout. Sel gris is het meest mineraalrijke Keltische zout van de twee en kent meerdere toepassingen. In de keuken dient het als smaakmaker van gerechten of als marinade voor bijvoorbeeld visgerechten. Sel gris wordt ook gebruikt als aanvullend mineralencomplex voor zowel mensen (in de vorm van een zoutwateroplossing, ‘Sole’ genaamd) als voor dieren (bijvoorbeeld als toevoeging aan het voer of in het drinkwater) en zelfs als bemesting voor de bodem van je kamperplanten, tuin of voor landbouwdoeleinden om het land te (re)mineraliseren. Je kunt met dit zachte zout zelfs je tanden poetsen!

Deze handmatige methode van zoutwinning is volkomen uniek. Het klimaat in Guérande is vergelijkbaar met dat van Nederland, dus de paludiers moeten hun zoutbergen beschermen tegen ongunstige weersomstandigheden als regen en wind. Als er een hevige storm opsteekt kan het gewonnen zout volledig wegwaaien. Als het hevig regent kan het zout wegspoelen. Patrick Pichon, de man die het Keltische zeezout wint dat op deze site verkocht wordt, woont op ongeveer honderd meter afstand van zijn zoutbergen en moet letterlijk naar buiten rennen om zijn zout af te dekken als het regent. Als er sprake is van een natte zomer met weinig zon, zoals we die in Nederland ook kunnen hebben, dan kunnen hij en zijn collega’s dat seizoen weinig of geen zout winnen en moeten ze op hun oude voorraad teren. Het blijft ouderwets handmatig vakwerk daar in Guérande, met alle bijbehorende risico’s. Een hard, maar eerlijk bestaan.

Het voordeel voor de consument is dat deze door al dat harde werk kan beschikken over een volledig complex aan mineralen en spoorelementen dat behalve lekker ook gezond is. Keltisch zeezout bevat zelfs nog maximaal 10% vocht. Na het oogsten laat men het zout nog ongeveer een half jaar liggen om het op natuurlijke wijze te laten drogen. Het wordt daarna rechtstreeks in de verpakking geschept, zonder dat het zout wordt gewassen of geraffineerd. Dit is onder andere belangrijk omdat het vochtminnende magnesium hierdoor bewaard blijft.